
Geworteld in eenvoud
Geert Courtens (°1963) groeit op in Moen, langs het kanaal Bossuyt, in een groot gezin van negen kinderen, waar warmte en verbondenheid centraal stonden. Hoewel het gezin het niet breed had, met zijn vader als mijnwerker en zijn moeder die thuis het gezin droeg, voelde Geert zich nooit tekortgedaan.
Wat hem vooral bijblijft, zijn de eenvoudige momenten van vroeger. Als kind wandelde hij elke dag vier kilometer naar school en weer terug, langs smalle wegels en uitgestrekte velden. Samen met zijn broers en zussen, de jongsten hand in hand, was die tocht een vast ritueel. Thuis wachtte telkens opnieuw de warmte van zijn moeder, die hen ontving bij het thuiskomen na school. Het zijn blijvende herinneringen aan zorg en geborgenheid.
De stille rijkdom van thuis
Zijn vader zag hij minder vaak. Het werk in de mijnen hield hem lange uren weg van huis. De momenten samen waren schaars, vaak beperkt tot de weekends, maar daarom niet minder betekenisvol. Want collega’s uit de mijnen kwamen geregeld bij hen thuis, waardoor Geert al op jonge leeftijd in contact kwam met andere talen en culturen. Die levendige sfeer bracht meer dan alleen gezelligheid met zich mee. Aan tafel werd gelachen en werden verhalen gedeeld tussen mensen met verschillende achtergronden. Voor Geert waren het bijzondere momenten van eenvoud waarin gastvrijheid en samen genieten vanzelfsprekend waren.
Een erfenis in stilte en verbeelding
Creativiteit zit diep verankerd in Geerts familiegeschiedenis. Het is geen aangeleerde vaardigheid, maar iets dat als het ware door de generaties stroomt.
In memorie
Hector Courtens

Zijn grootvader, Hector Courtens (1880 –1960), leefde in een eenvoudig maar gelukkig gezin, waar hard werken de norm was. Als kantonnier bij de stad stond hij in voor het onderhoud van wegen en het kalken van wegmarkeringen. Daardoor had hij altijd toegang tot witte kalkverf, een alledaags materiaal dat een bijzondere rol had in zijn leven.
Hector woonde in een huisje met strodak en lemen muren. Het buitentoilet was een plek van verbeelding. Hij schilderde er op de muren, uren aan een stuk zijn gedachten: molentjes, boerderijen, landschappen, …
Maar zijn werk was nooit bedoeld om te blijven want wanneer een schilderij klaar was, overschilderde hij ze opnieuw met witte kalkverf. Zo had hij opnieuw een blanc canvas. Klaar voor iets nieuws. Er zijn geen foto’s. Geen tastbare sporen. Zijn werk blijft verborgen voor de buitenwereld, maar leeft voort in verhalen, doorgegeven van vader op zoon.
Geert was 1jaar toen zijn grootvader stierf en heeft hem dus nooit echt gekend, maar voelt die erfenis des te sterker. In de drang om te creëren. In het experiment. In het steeds opnieuw beginnen. Een stille erfenis, die tot vandaag doorwerkt.
Kunstschilder

De eerste lijnen
Als kind al was Geert nieuwsgierig van aard, met een open blik op de wereld om zich heen. Hij keek, observeerde en probeerde dingen uit. Tekenen kwam al vroeg vanzelf en op school viel het snel op: Geert had een natuurlijke aanleg voor creëren. Waar anderen gewoon keken, zag hij meer.
Zijn grote droom groeide al op jonge leeftijd: hij wilde architect worden. Gebouwen fascineerden hem. Wanneer hij ergens een bijzonder bouwwerk zag, liet het hem niet los. Thuis bracht hij het beeld opnieuw tot leven met potlood en papier, lijn per lijn. Die drang om vast te leggen wat hem raakte, werd nog versterkt wanneer zijn gezin als één van de eersten een kleurentelevisie in huis had. Dan zat hij klaar met een potlood in de hand. Wat hij op het scherm zag, vertaalde hij naar papier. Indrukken werden schetsen. Zonder het te beseffen, trainde hij zijn oog en zijn hand.
Op school was Geert een knappe leerling. Hij zat bij de koplopers, ook al studeerde hij zelden of nooit. Veel leek vanzelf te komen. Na de lagere school wilde hij niets liever dan kunsthumaniora volgen maar het leven besliste anders. Thuis werd gekozen voor zekerheid. Via kennissen van zijn ouders kreeg hij de kans om als metser aan de slag te gaan en bij te dragen aan het gezin. Op zestienjarige leeftijd stapte hij het werkveld in. Drie jaar lang werkte hij in de bouw. Daarna ging hij aan de slag als kabellegger bij wegenwerken in Doornik, waar hij Frans leerde.
Zijn creatieve droom verdween niet, maar schoof naar de achtergrond. Stil aanwezig, wachtend op het moment om opnieuw naar boven te komen.